Harttransplantatie
Harttransplantaties worden voorbehouden aan patiënten die zonder ruilhart niet meer kunnen leven.
De eerste harttransplantatie in het UZA dateert van 1994. Het programma werd opgestart onder leiding van het toenmalige diensthoofd cardiochirurgie professor dokter Adriaan C. Moulijn, die zelf de eerste tien ingrepen uitvoerde. Van de vijftig eerste patiënten waren er in 2003 nog 46 in leven.
De transplantatie zelf is een lange en zware ingreep.
De eerste harttransplantatie in het UZA dateert van 1994. Het programma werd opgestart onder leiding van het diensthoofd cardiochirurgie professor dokter Adriaan C. Moulijn, die zelf de eerste tien ingrepen uitvoerde. Van de vijftig eerste patiënten waren er in 2003 nog 46 in leven.
-
Nuttige informatie over littekenweefsel Een litteken is een blijvend zichtbare afwijking van de huid, die overblijft na genezing van een wond. Littekens worden gevormd na diepe beschadiging van de huid, door een ongeval of operatie. Na een operatie wordt het litteken de handtekening van de chirurg genoemd. Hecht hij de wondranden zeer nauwkeurig tegen elkaar zonder da er een spanning op staat, dan zal een nauwelijks zichtbaar litteken ontstaan, tenzij de wond na de operatie te weinig rust krijgt door beweging van de huid. De hals èn het gebied rond het sleutelbeen is erg gevoelig voor het krijgen van lelijke littekens, ofschoon dit erg huidskleur gebonden is. Wanneer alleen de opperhuid wordt beschadigd, bijvoorbeeld bij oppervlakkige schaafwonden, zullen geen littekens optreden. Wanneer ook de lederhuid bij het letsel betrokken is zal de huid zich herstellen met achterlating van een litteken. Bij de meeste mensen geneest een wondje zonder problemen. Het litteken wat dan achterblijft is pigmentloos. Een litteken kan zich ook abnormaal ontwikkelen. We kennen drie vormen van abnormale littekens.
Atrofische littekens: Bij deze littekens is er sprake van een heel dun laagje littekenweefsel. Het litteken ligt wat dieper in de huid. Dit soort littekens worden wel gezien als restanten van huidbeschadigingen na infecties en na Röntgenbestralingstherapie. Atrofische littekens komen vaak voor na acne of waterpokken.
Hypertrofische littekens: Hypertrofische littekens kunnen na elke soort van huidbeschadiging ontstaan. Vaak ontwikkelen deze littekens zich na brandwonden en bij jonge mensen. Het litteken is dik, rood en het kan jeuken of pijnlijk zijn. Deze ontstaan bij overproductie van fibrineweefsel door bindweefselcellen in de huid, waardoor sterk verdikte littekens ontstaan. Het zijn dikke, roze strengen en plaques op de huid die circa 3 weken na de verwonding ontstaan en in een periode van een aantal maanden tot een jaar voortdurend dikker worden. Vooral de huid boven het borstbeen, de schouders, de nek en de oren is geneigd tot de vorming van deze hypertrofische littekens. Een aanleg tot het vormen van deze littekens is vaak familiair- of rasgebonden.
Keloïd littekens: Keloïd littekens zijn een bijzonder soort hypertrofische littekens. Terwijl gewone hypertrofische littekens zich beperken tot de plaats van de verwonding, groeien keloiden ook over de grenzen van de verwonding heen. Ze kunnen zo vrij grote huidgebieden bedekken. Ook dit litteken is dik en rood of donkergekleurd. Keloid littekens kunnen ontstaan na een beschadiging van de huid, maar in tegenstelling tot gewone hypertrofische littekens kunnen ze ook spontaan ontstaan.
-
Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.
Wie komt in aanmerking?
Harttransplantaties worden voorbehouden aan patiënten die zonder ruilhart niet meer lang te leven hebben.
'Een eerste grote groep zijn patiënten die problemen hebben met de kransslagaders', zegt professor dokter Inez Rodrigus, diensthoofd cardiochirurgie. 'De meesten hebben al een of meerdere hartinfarcten achter de rug, en kampen met ernstige littekenvorming in de hartspier. Een tweede groep zijn mensen van wie het hart faalt zonder aanwijsbare oorzaak.'
Een transplantatiekandidaat moet aan een aantal criteria voldoen. In principe mag hij niet ouder zijn dan 65, en op zijn hartziekte na mag hij geen ernstige gezondheidsproblemen hebben. Na de operatie moet de patiënt immers afweeronderdrukkende medicatie nemen, waardoor bestaande aandoeningen kunnen escaleren.Men moet een zekere discipline aan de dag leggen.
'Mensen die bijvoorbeeld niet kunnen stoppen met roken of overmatig drinken, kunnen we niet toelaten', zegt cardiologe professor dokter Viviane Conraads. 'We beschikken nu eenmaal over een beperkt aantal donororganen, en het is de bedoeling dat daar zo lang mogelijk mee geleefd wordt. Als we dus moeten kiezen tussen iemand die zich perfect aan de regels houdt en iemand die dat niet kan opbrengen, krijgt die eerste persoon de voorkeur.'
Ingreep
Zodra iemand op de lijst belandt, begint een slopende periode van gespannen wachten op het verlossende telefoontje. Komt er een donorhart vrij, dan moet alles heel snel gaan. De transplantatiekandidaat moet ogenblikkelijk naar het ziekenhuis komen, een team vertrekt naar het andere ziekenhuis om het hart op te halen, het transplantatieteam wordt opgeroepen, de operatiezaal wordt in gereedheid gebracht en ook op intensieve zorgen worden de nodige voorbereidingen getroffen. Is het donorhart eenmaal verwijderd, dan is er geen tijd te verliezen. Een hart kan immers maar vier uur bewaard worden.
De transplantatie zelf is een lange en zware ingreep.
'Nadien blijft de patiënt nog een tweetal weken in het ziekenhuis. De meesten knappen snel op. Vaak zitten ze al een week na de operatie op de hometrainer, en het merendeel voelt zich al voor het ontslag beter dan voor de operatie', aldus Conraads.
Eerste jaar na transplantatie.
Na de transplantatie is het afwachten of het lichaam het donororgaan zal accepteren. Het eerste jaar is het risico op afstoting het grootst. In die periode moet de patiënt dan ook heel vaak op controle. Om afstoting te voorkomen krijgt hij medicijnen die zijn afweermechanisme onderdrukken. Dat heeft op zijn beurt als gevolg dat hij meer gevaar loopt op infecties. Een harttransplantatiepatiënt moet dan ook de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen : hygiënisch leven, opletten met wat hij eet, infectiehaarden vermijden, tijdig zijn medicatie nemen.
Naast de controles is er een intensieve revalidatie van zes maanden, waarvoor de patiënt drie keer per week naar het ziekenhuis komt. Lees meer: Kunsthart
Medische behandelingen
Soorten medische behandelingen
Hartritmestoornissen, hartinfarct, een stent of transplantatie, daar hebben we van gehoord, zelfs een bypass denken we te kennen, maar het fijne weten we niet. Dat laten we over aan gespecialiseerde artsen.
- Ablatie
- Anastomose
- Bypassoperatie
- Broekprothese Bypass
- Defibrillator / ICD
- ICD / Vraag en antwoord
- Dotteren / stent
- Hartklepoperatie
- Hartrevalidatie
- Harttransplantatie
- Kunsthart
- Leven met een donorhart
- Medicijnen
- Pacemaker
- Stamcelstudie
"De reden dat ik ziekten heb, is dat ik een lichaam heb. Als ik geen lichaam had, wat voor ziekte zou ik dan kunnen hebben?"
U weet het zeker:"dit geen tweede keer !"
Na het doormaken van een hartinfarct weet u het zeker: "dit geen tweede keer meer!". Er zijn een aantal factoren waar u zelf iets aan kan veranderen om de kans op een tweede infarct te verkleinen. Niet alleen stoppen met roken en meer te bewegen, maar ook door uw eetgewoonten aan te passen. Het is belangrijk dat u gevarieerd en lekker eet, anders houdt u het niet vol. Lekker en gezond eten gaan heel goed samen. Er zijn dan wel een paar dingen om op te letten, vandaar dit voedingsadvies.
Cholesterol
Eén van de risicofactoren voor het krijgen van een hartinfarct is een te hoog cholesterolgehalte in het bloed. Dit kan verhoogd zijn door het eten van het verkeerde vet, een te hoog lichaamsgewicht of door een erfelijke oorzaak. Cholesterol is een stof die door het lichaam zelf wordt aangemaakt en wordt gebruikt voor het opbouwen van onder andere hersenweefsel en bepaalde hormonen. Cholesterol is zeker noodzakelijk, maar niet in grote hoeveelheden. Er zijn twee soorten vet: verzadigd en onverzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte en verhoogt daarmee het risico op hart- en vaatziekten.
Onverzadigd vet helpt juist het cholesterolgehalte te verlagen en is dus beter. Verzadigd vet komt voor in roomboter, koekjes, gebak, snacks, vette vleeswaren, eieren en orgaanvlees.
Onverzadigd vet komt vooral voor in olie, vloeibare bak- en braadproducten,vloeibare/zachte margarine of halvarine, noten en vette vis. Voorbeelden van vette vis zijn zalm, bokking, heilbot en makreel. De onverzadigde vetten van vis hebben, naast een gunstige invloed op het vetgehalte in het bloed, ook een beschermende werking tegen hartritmestoornissen.
Daarom luidt het advies: wees matig met vet en kies vooral onverzadigd vet. Eet één à twee keer per week vette vis.
Groente en fruit
Ook het eten van groente en fruit vermindert de kans op hart en vaatziekten. Dit komt door de aanwezige voedingsstoffen zoals kalium, antioxidanten en vezels. Mogelijk spelen ook andere stoffen een rol. Het advies is om dagelijks 200 gram groente en fruit te eten.
Matig met zout
Wees matig met zout. Teveel zout zorgt voor een verhoging van de bloeddruk. Een te hoge bloeddruk is schadelijk voor hart- en bloedvaten. Door het eten van minder zout kan de bloeddruk beter onder controle worden gehouden. U kunt uw maaltijd meer smaak geven door gebruik te maken van kruiden, zoals basilicum, kerrie, peper en oregano. Beperk producten die grote veel zout bevatten, zoals kaas, chips, soepen, sauzen enz...
Naast het verminderen van zout, zorgen gewichtsvermindering, het eten van groente en fruit en meer lichaamsbeweging voor verlaging van de bloeddruk. Samen met bloeddruk verlagende medicijnen, hebben ze een versterkend effect op de verlaging van de bloeddruk.
Overgewicht.
Overgewicht heeft allerlei gevolgen: suikerziekte, hoog cholesterolgehalte en een hoge bloeddruk. Dit zijn allemaal risicofactoren voor een herhaling van een hartinfarct. Daarom is het belangrijk dat u een gezond lichaamsgewicht heeft. Met de Body Mass Index (BMI) en tailleomvang kan op een eenvoudige wijze worden nagegaan in hoeverre het lichaamsgewicht gezond is. Er moet een balans zijn tussen uw dagelijkse voedselinname en de energie die u verbruikt. Energie haalt u uit voedsel en verbruikt u door lichamelijke activiteiten. Maar als u teveel eet en/of te weinig beweegt dan verbrandt u te weinig energie. Dit wordt opgeslagen als vet. Hierdoor wordt u dikker. Met een gewichtsverlies van 5 tot 10 kg is al veel gezondheidswinst te behalen.
Voedingsgewoonten veranderen is ingrijpend. Informatie en begeleiding zijn noodzakelijk. De diëtist kan advies en begeleiding op maat geven. Dit is niet altijd de diëtist van het ziekenhuis. Ook in het revalidatiecentrum, de thuiszorg in eigen woonplaats of de zelfstandig gevestigde diëtist kan begeleiding bieden. Hiervoor is wel een verwijzing van uw huisarts of specialist nodig. Dit kunt u vragen aan uw dokter. Vraag uw ziektekostenverzekeraar in hoeverre de kosten worden vergoed.
U hebt niet gevonden wat je zocht?
Correcties en/of opmerkingen zijn altijd welkom. Ook eventuele ontbrekende artikelen kunnen hier gemeld worden.


