Inspanningstest
Een inspanningstest gebruikt men om te bekijken of er hartritmestoornissen optreden bij inspanning.
De hartspier trekt samen als gevolg van een elektrische prikkel die als een golf over het hart loopt. Als het hart een afwijking heeft, loopt deze elektrische prikkel anders dan normaal over het hart. Op een hartfilmpje (ECG) kunnen deze afwijkingen worden vastgelegd.
Met een inspanningstest wordt geprobeerd om een (tijdelijk) zuurstoftekort op te wekken.
Wanneer iemand last heeft van angina pectoris (pijn op de borst) dan krijgt het hart vaak , vooral tijdens inspanning, onvoldoende aanvoer van zuurstof. De oorzaak van het zuurstoftekort is meestal een vernauwing van een of meerdere kransslagaders die rond het hart lopen. Als de patiënt in rust is, zijn er nauwelijks of geen afwijkingen op het hartfilmpje te zien. Maar wanneer tijdens inspanning een (plaatselijk) zuurstoftekort ontstaat, is dat op het hartfilmpje in de meeste gevallen goed te zien.
Met een inspanningstest wordt geprobeerd om een (tijdelijk) zuurstoftekort op te wekken. Ook wordt de inspanningstest soms gebruikt om te bekijken of er hartritmestoornissen optreden tijdens inspanning. In beide situaties is de test een hulpmiddel bij het stellen van een diagnose.
Het onderzoek
Voorafgaand aan een inspanningstest wordt eerst een hartfilmpje in rusttoestand gemaakt. Vervolgens neemt de patiënt plaats op een hometrainer of op een loopband.Er worden zuignappen of plakkers geplaatst op de borstkas, schouder en rug of eventueel de polsen. Deze worden via snoertjes verbonden met een ECG-apparaat.
Als de inspanningstest begint, wordt gestart met een lichte versnelling op de fiets of een rustige bewegingssnelheid van de loopband. Deze versnelling wordt na enkele minuten overgezet in een zwaardere versnelling. Dit wordt herhaald tot de patiënt niet meer verder kan en uitgeput is.
Tijdens de test wordt de elektrische activiteit van het hart continu gevolgd en er wordt regelmatig een hartfilmpje gemaakt. Ook de bloeddruk wordt regelmatig gecontroleerd. Als de patiënt tijdens het onderzoek pijn op de borst krijgt of als er stoornissen in het hartritme optreden, wordt het onderzoek voortijdig gestaakt.
Het onderzoek duurt inclusief de voorbereiding gemiddeld ongeveer een halfuur.
Toepassing
De meest voorkomende situaties waarbij een inspanningstest wordt toegepast worden hieronder genoemd.Angina pectoris
Een fietstest wordt in de eerste plaats uitgevoerd om te kijken of de diagnose angina pectoris gesteld kan worden.Symptomen van Angina Pectoris Angina pectoris uit zich meestal als een pijn of onbehaaglijk gevoel onder het borstbeen. De pijn straalt vaak uit naar de linkerschouder, naar de arm, de rug of zelfs via de nek tot aan de kaak. Er kan ook sprake zijn van benauwdheid en een druk of beklemming op de borst.Een aanval van angina pectoris duurt meestal drie tot vijf minuten. Door te rusten ebt deze pijn bijna altijd weg. De aanvallen kunnen verschillende keren per dag voorkomen, of met tussenpauzes van enkele weken of zelfs maanden.
Bekijken van behandelingsresultaat
Nadat een patiënt medicijnen heeft voorgeschreven gekregen, kan men aan de hand van de inspanningstest bekijken of de medicatie goed helpt.
Ook na een bypassoperatie (omleidingsoperatie) of dotterbehandeling kan men bekijken of het resultaat van de behandeling goed is.Opwekken van hartritmestoornissen
In bepaalde situaties kan de test worden ingezet om te bepalen om welke ritmestoornis het gaat, zodat een gerichte behandeling gegeven kan worden.Een hartritmestoornis of kortweg ritmestoornis kan op verschillende stoornissen van de hartslag duiden. Wanneer het hart te snel slaat (> 100 slagen per minuut) spreekt men van tachycardie. Wanneer het minder dan 60 slagen per minuut slaat is er sprake van bradycardie. De hartslagfrequentie kan ook normaal zijn, maar het hartritme onregelmatig. Een voorbeeld hiervan is het - meestal onschuldige - overslaan van het hart, de extrasystole.
Inspanningstest voor Sporters
-
Een inspanningstest levert gegevens voor een objectief verslag van uw actuele conditionele toestand. Op basis van deze test, die eenvoudig tot zeer uitgebreid kan zijn, kan men de optimale intensiteit van de verschillende trainingsvormen inschatten. Zo kan u efficiënter en juister trainen.
Het S.P.O.R.T.S.-team (UZA Antwerpen) neemt in het labo tests af op de fiets , loopband (HP Cosmos) of het isokinetisch krachttoestel (Biodex). Ook veldtests zijn mogelijk, bijvoorbeeld in het zwembad of op de atletiekpiste.
In functie van het gewenste doel spreken sporter en specialist het te volgen inspanningsprotocol en de te meten parameters af.
Na de inspanningstest kunnen we de metingen vertalen naar de trainingspraktijk van de sporter. Dit gebeurt best in samenspraak met de persoonlijke coach of begeleider.Om accuraat trainingsadvies te geven, is kennis van de huidige trainingsgewoonten noodzakelijk. Daarom ontvangt u na het vastleggen van een afspraak voor een inspanningstest of trainingsadvies op S.P.O.R.T.S. een vragenlijst (per e-mail of post). U bezorgt de ingevulde vragenlijst terug vóór u op onderzoek komt zodat eventueel bijkomende voorbereidingen gedaan kunnen worden.
Na uw inspanningstest volgt mondelinge feedback en een testverslag. U ontvangt dit verslag ofwel onmiddellijk, ofwel binnen de week tijdens een nabespreking op een ander moment. Op basis van een inspanningstest en de ingevulde vragenlijst wordt in de nabespreking aangegeven hoe een trainingsschema opgemaakt kan worden.
Welke tests?
•Maximale inspanningstest op de fiets (labotest)
•Maximale inspanningstest lopen (labotest of veldtest) •Veldtest (zwembad, atletiekpiste, …)Wat wordt er gemeten?
•Lichaamslengte en gewicht
•Hartfrequentie (via ECG of hartslagmeter)
•Zuurstofopname (via ergospirometrie)
•Melkzuurconcentratie in het bloed (via bloedname aan de oorlel)
•Longfunctie (vóór en eventueel nà inspanning)
•Andere parameters (bv. huidplooidiktes)Hoe verloopt een test?
Elke inspanningstest in het labo verloopt onder verantwoordelijkheid van een arts. Deze overloopt bij aanvang het profiel en de wensen van de sporter en zal –indien nodig- bijkomende maatregelen nemen om de test onder ideale omstandigheden en veilig te laten verlopen.
Indien er een maximale inspanning gevraagd wordt, gebeurt dit steeds na een doorgedreven opwarming. Dit houdt in dat een test gemakkelijk 30 tot 60 min in beslag neemt (opwarming en cooling-down inbegrepen). -
Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.
Onderzoeken
Soorten medische onderzoeken
Men heeft wel veel over medische onderzoeken gehoord, maar wat voor onderzoeken zijn er eigelijk?
- CT-scan
- Duplex onderzoek
- Echocardiografie
- Electrofysiologisch onderzoek
- Hartfilmpje ECG
- Hartkatheterisatie
- Hartscintigrafie (MUGA)
- Holterfoon
- Inspanningstest
- Isotopenonderzoek
- MRI
- Röntgenonderzoek
HOOFDMENU
- Hoe werkt het hart?
- Hartziekten
- Vaatziekten
- Beroerte
- Medische onderzoeken
- Behandeling en operatie
- Info voor hartpatiënten
- Medicijnen (bijsluiters)
- Risicofactoren
- Woordenboek
- Steun ons met uw kennis!
Kenmerkend voor iemand met angst voor ziekten is dat zo iemand zich niet of slechts kort laat geruststellen door de dokter. Ook al heeft uitgebreid medisch onderzoek niets aan het licht gebracht, steeds weer duikt de angst op dat hij of zij een ernstige ziekte onder de leden heeft. De vraag is natuurlijk, hoe komt het dat iemand zich ondanks geruststellende uitslagen van de onderzoeken zulke zorgen blijft maken? Wanneer iemand zich zorgen maakt over het hart (bij pijn of druk op de borst) dan verdwijnt de angst als ook het onaangename gevoel op de borst vermindert.
paniek
Als iemand angst voor ziekten heeft, zal hij of zij voortdurend alert zijn op tekenen van (on-)gezondheid. Vaak gebeurt het dat mensen die nogal zorgelijk zijn waar het hun gezondheid betreft als kind geconfronteerd zijn met ziekten. Zij hadden bijvoorbeeld een chronisch zieke vader moeder, broer of zus. Soms zijn zij zelf vaak ziek geweest. Het overlijden van een familielid kan een haast onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Dergelijke ervaringen leiden vaak tot daarbij passende overtuigingen, over de eigen kwetsbaarheid. In concrete situaties geven die overtuigingen aanleiding tot gedachten als 'Ik heb een zwakke gezondheid' of 'ik ben bijzonder vatbaar voor ernstige, dodelijke ziekten' of 'het is een wonder dat ik nog leef'. Deze gedachten worden niet expliciet geformuleerd en men noemt ze daarom wel 'automatische gedachten'. Ze bepalen het gedrag, de waarneming en emoties. Ze maken angstig.
Gedragsveranderingen
De angst voor ziekte kan ook tot gedragsveranderingen leiden, die zelf weer gevolgen hebben voor de gezondheid en aanwezigheid van lichamelijke verschijnselen. Iemand kan minder naar buiten gaan om besmettingen te voorkomen, zich zelf ontzien om uitputting te voorkomen. Deze gedragsveranderingen kunnen ook leiden tot verzwakking en daarmee tot meer lichamelijke klachten zoals gevoelens van vermoeidheid. Deze gevoelens kunnen weer voedsel geven aan de gedachte dat men ziek is. Dan wordt natuurlijk de vraag gesteld, wat is er met mij aan de hand? Het antwoord laat zich raden.
Geruststelling
Een ander belangrijk gedrag voor de in stand houding van de angst voor ziekten is het zoeken van geruststelling, bij de dokter. Elke keer dat men opgelucht (verschijnselen nemen af) de wachtkamer van de dokter uit komt wordt de automatische gedachte,' ik ben zwak, ik kan de angst voor de risico's van het leven niet aan', nogmaals ondersteund. Men raakt er van overtuigd niet zonder de steun van de dokter te kunnen leven.



